De kapel is opgelijst als beschermd monument in de inventaris van onroerend erfgoed onder het nummer 40178.


De huidige kapel werd gebouwd in 1637 ten tijde van prelaat Christophorus Outers (1613-1647), ter vervanging van een oudere kapel die bouwvallig was geworden. Na de Franse Revolutie werd de kapel overgemaakt aan de nieuwe gemeente Oppem, die bevestigde dat de eigendom toebehoort aan de Kerkfabriek (KB 27/11/1826 N° 105 - "op recest van Kerkfabriek Ophem, hebben goed gevonden voors kerkfabriek in het bezit te bevestigen van de zoogenoemde kapel van Amelgem, alsmede van de daartoe behorende gronden 14 roeden en 6 ellen onder Ophem en afkomstig van de voormalige abdij van Grimbergen"). Hoewel de kapel bedreigd werd met afbraak, bleef ze uiteindelijk behouden (… "dat de kapel met kleine bekostiging … in den allerbesten staat kan worden hersteld; dat de inwoners van Meysse, Ophem en Brusseghem aan de behoudenis en herstelling zeer aanklevend zijn" …) en werd ze een eerste maal gerestaureerd in 1830 en dit door toedoen van Amédée de Beauffort en zijn echtgenote Marie-Elisabeth Roose de Baisy ter gelegenheid van hun huwelijk. Vele jaren later kwam de kapel opnieuw in verval, gevolgd door herstellingswerken, vooral aan het dak, vanaf 1897. Net na de Eerste Wereldoorlog en in 1928 werd de kapel nogmaals opgeknapt. De jongste restauratie werd opgestart in 2021 door de Kerkfabriek.
Barokke kapel op rechthoekige plattegrond van twee traveeën met driezijdige sluiting. Het geheel is opgetrokken uit kalkzandsteen en afgedekt door een leien zadeldak. De als in- en uitgezwenkte topgevel uitgewerkte westgevel wordt begrensd door haaks ten opzichte van elkaar gestelde steunberen, bekroond met voluutvormige topstukken; de tweeledige top wordt gemarkeerd door een cordon en een bekronende lantaarn; het bouwjaar 1637 wordt weergegeven in een cartouche in de onderste topgeleding die overigens gemarkeerd wordt door voluutvormige vleugelstukken. Rondboogdeur in een geprofileerde omlijsting met imposten, sluitsteen en korte druiplijst; bekronend radvenster. De overige gevels worden geritmeerd door steunberen, waartussen eenvoudige rondboogvensters in het schip; de apsis is blind.
Interieur: sober bepleisterd en beschilderd interieur met kruisriboverwelving waarvan de ribben worden opgevangen door vergulde consoles; de gewelven worden van elkaar gescheiden door geprofileerde gordelbogen neerkomend op consoles; gearmorieerde gewelfsleutels in beide rechte traveeën en Christusmonogram IHS in de apsis. Zwart-witte tegelvloer in dambordpatroon. Eenvoudig houten altaar met Mariamonogram."